top    Home

Oesters                                                      

Biologie

Voorkomen

Bestandsfluctuaties

De oesterziekte Bonamiasis

 

Biologie

Zeeuwse oesters:

Foto: Alice Barbé

Oesters zijn tweekleppige weekdieren. Ze zijn hermafrodiet. Dat betekent dat ze tweeslachtig zijn. Ze kunnen zichzelf niet bevruchten. Platte oesters beginnen hun leven als mannetje en veranderen van geslacht, afhankelijk van temperatuur en voedselomstandigheden. Op een leeftijd van 8-10 maanden worden ze bij een temperatuur van ten minste 12 °C als mannetje geslachtsrijp. Als de temperatuur in de zomer oploopt tot 15-16 °C, worden ze in het derde of vierde jaar vrouwtje.

In juli en augustus is de paaitijd van de oester. Bevruchte eicellen ontwikkelen zich bij de 'moeder oester' tot larven die zelfstandig kunnen leven. Ze worden dan afgestoten.  De larven zakken door de zwaarte van hun ontwikkelende schelp naar de bodem. Hier proberen ze zich met de holle kant vast te hechten aan een vast oppervlak. Dit zijn meestal lege mosselschelpen. Als het lukt om zich vast te hechten, groeit de larf binnen twee tot vijf jaar uit tot een zogenaamde consumptieoester. Het grootste deel van de larven sterft echter af.

Oesters verkrijgen hun voedsel door het filteren van water waaruit ze tegelijkertijd zuurstof opnemen.

Top

Voorkomen 

Oesters komen over de hele wereld voor. Ze hebben echter een bepaalde minimum watertemperatuur nodig om te kunnen overleven. Oesters worden zelden noordelijker dan de zuidwest kust van Noorwegen aangetroffen. 

In Nederland worden twee soorten oesters gevist en gekweekt. De oester die van oorsprong in ons land voorkomt, is de platte oester. In het Latijn: Ostrea edulis. De Zeeuwse oester (Latijnse naam: Crassostrea gigas) is in de jaren '70 in de Zeeuwse wateren geïntroduceerd. Deze oester wordt in België ook wel holle oester genoemd. 


Hieronder volgen de verschillende kenmerken op een rij.



 


Zeeuwse oester


Platte oester


Vorm


ovale, grillig gevormde schelp


ronde, gladde schelp


Consumptiegeschikt


na 3 jaar


na 5 à 6 jaar


Hoeveelheid in natuurlijke omgeving


aanzienlijke hoeveelheden op kweekpercelen 


zeldzaam


Prijsniveau


betaalbare oester van hoogwaardige kwaliteit


topsegment, exclusief



Top

Bestandsfluctuaties 

Het totale bestand platte oesters heeft de afgelopen twee decennia sterk gefluctueerd. In de Oosterschelde is het bestand sinds de jaren '80 zeer beperkt. Het aantal Zeeuwse oesters in dit gebied is de afgelopen tien jaren sterk toegenomen. Fluctuaties in de oesterbestanden worden deels bepaald door klimatologische omstandigheden, zoals lange hete zomers en strenge winters, en door het uitbreken van oesterziektes en –plagen. Deze ziektes en plagen vormen geen gevaar voor de volksgezondheid. 

Top


De oesterziekte Bonamiasis 

Bonamiasis wordt veroorzaakt door de protozoaire oesterparasiet Bonamia ostreae. Deze parasiet verzwakt platte oesters. Vooral driejarige oesters sterven. Dit heeft een sterk effect op de voortplanting tot gevolg en leidt daarnaast tot grote economische scahde voor vissers en kwekers. In Europa zijn bijna alle wateren waarin platte oesters voorkomen, geïnfecteerd met de parasiet. 

De parasiet werd in 1980 in de Oosterschelde ontdekt. De commerciële teeltmogelijkheden zijn hierdoor sterk teruggelopen. Platte oesters komen in de Oosterschelde nauwelijks voor. In 1988 is de ziekte overgelopen naar het Grevelingenmeer. In dit water is het bestand door een goede broedval in de jaren ’90 enigszins verbeterd. Na het uitbreken van Bonamiasis zijn de kwekers overgaan op de productie van Zeeuwse oesters. Deze soort is niet gevoelig voor de ziekte.

De exacte herkomst van de Bonamiasis ziekte is nog niet bekend, ondanks het vele onderzoek naar de factoren die een rol spelen bij de ziekte.

De Nederlandse Oestervereniging doet mee aan het Europese project Oysterecover.
In dit project wordt onderzocht of er iets gedaan kan worden aan de parasiet. Aan dit project doen oesterkwekers en onderzoeksinstellingen uit heel Europa mee (Spanje, Frankrijk, Engeland, Ierland, Denemarken en Nederland). Voor Nederland zijn dit de Nederlandse Oestervereniging en IMARES. Het project wordt gefinancieerd door de Europese Commissie.

Het project richt zich op vijf verschillende onderwerpen:
  1. Hoe komt de parasiet in de oester terecht? Wat is de tussengastheer en hoe gaat de overdracht tussen de tussengastheer en de oester?
  2. Waarom hebben andere schelpdieren geen last van de parasiet?
  3. Zijn er genetische verschillen binnen de platte oesterpopulatie die verklaren waarom sommige platte oesters geen last hebben van de parasiet?
  4. Zijn de oesters die geen last hebben van de parasiet, ook in andere gebieden tolerant? 
  5. Zijn er andere omstandigheden zijn die invloed hebben op de last die de oesters hebben van de parasiet, zoals temperatuur, voedsel en het aantal oesters in de directe omgeving.
Het Nederlandse instituut IMARES gaat zich bezig houden met dit laatste onderwerp. In het hele project werken zij ook nauw samen met de onderzoekers van de andere onderwerpen. 

Top